Regio College Educatie structureert praktijkleren

ITTA helpt docenten van denken naar doen

Auteur:

Petra Popma en Annemarie Uhlenbeck


Publicatiedatum: 2006

Regio College Educatie geeft praktijkleren een nieuwe impuls door de inrichting van een praktijkbureau, vernieuwde materialen en nieuwe contacten met werkgevers in de regio.

Praktijkbureau
Bij het Regio College (Zaandam e.o.) is het leren in de praktijk een belangrijk aandachtspunt in het onderwijs. Bij Educatie bestaat praktijkleren uit buitenschoolse opdrachten en taalstages. Verschillende ontwikkelingen zoals de omslag naar competentiegericht leren, het meer zelfstandig werken met multimediale NT2-methodes en de voorbereiding op het nieuwe inburgeringsexamen waren aanleiding om het praktijkleren binnen de NT2-trajecten te herstructureren. Een werkgroep van docenten ging onder begeleiding van het ITTA aan de slag. Uiteindelijk leidde dit tot de opening van een nieuw praktijkbureau: één aanspreekpunt voor werkgevers en mentoren waar expertise, materialen en hulpmiddelen gebundeld zijn.

Houvast voor docenten
Om goede leerresultaten te behalen met praktijkleren hebben cursisten én docenten houvast nodig. Docenten kunnen het zelfstandig NT2-leren beter begeleiden en resultaatgericht coachen als zij werken met duidelijke richtlijnen, instrumenten en materialen. Het ontwikkelen hiervan was één van de doelstellingen van de werkgroep die de inrichting van het praktijkbureau voorbereidde.
De inspanningen van de werkgroep resulteerden in bruikbare producten zoals bijvoorbeeld:
- een overzicht van de taken van alle betrokkenen bij de stages,
- een profiel van medewerkers van het praktijkbureau,
- een databank met gegevens van stagebedrijven,
- een stagemap met duidelijk omschreven doelen en opdrachten voor cursisten en mentoren.

Nieuwe stageplaatsen
De tweede doelstelling van de werkgroep was het onderzoeken van de mogelijkheden voor taalstages, stages voor de geïntegreerde trajecten, buitenschoolse opdrachten en werkstages bij bedrijven in de regio Noord-Holland. Uit de contacten met werkgevers bleek onder andere dat de stagemogelijkheden binnen de sectoren sterk verschillen. Voor taalstages zijn er bijvoorbeeld mogelijkheden in de sector welzijn (vrijwilligerswerk), bij tuincentra, in de horeca en bij gemeenten. In de techniek en de zorg wil men vooral stagiaires opnemen die al een beroepsopleiding volgen. Van de 50 benaderde bedrijven is driekwart bereid verder te praten over taalstageplaatsen en stageplaatsen voor de geïntegreerde trajecten.

Wensen van bedrijven
De werkgevers zijn eensgezind over de voorwaarden die zij aan een stage stellen:
- Duidelijke doelstelling van de stage
- Gerichte stageopdrachten
- Goede begeleiding van deelnemers op school
- Weinig administratie en organisatie
- Goede telefonische bereikbaarheid van de school
Bij de inrichting van het praktijkcentrum is goed gekeken naar de wensen van de bedrijven. De bereikbaarheid wordt bijvoorbeeld gewaarborgd door vaste openingstijden en een goede taakverdeling. Er zijn afspraken gemaakt over de communicatie tussen de stagebedrijven, de mentoren en het praktijkbureau en over de uitwisseling van informatie. De werkgroep heeft doelgerichte stageopdrachten uitgewerkt die per bedrijf op maat kunnen worden ingezet en die aansluiten bij het praktijkgedeelte van het nieuwe inburgeringsexamen.

Van denken naar doen
Naar aanleiding van het onderzoeksrapport “Bereidheid van werkgevers tot het bieden van stageplaatsen.” (ITTA, 2004) benaderde Douwe Brouwer van het Regio College het ITTA om de voorbereiding van het praktijkcentrum te begeleiden. Douwe Brouwer kijkt tevreden terug op de samenwerking met het ITTA. “Er waren al vele goede ideeën binnen de groep medewerkers hoe een en ander zou kunnen. De bijdrage van Annemarie Uhlenbeck van het ITTA leverde op dat de betrokkenen van denken naar doen kwamen. Zij heeft - voor zover nog niet iedereen daarvan overtuigd was - laten zien wat praktijk bijdraagt aan het proces van taalverwerving. Annemarie kon daarbij putten uit een bron van eigen praktijkervaringen. Dat overtuigt.
Het resultaat is een groep enthousiaste medewerkers die samen het praktijkbureau vormgeven, weten waarom het belangrijk is dat ze dat doen en weten hoe ze dat moeten doen.”

Profit-sector

Het Praktijkbureau is nog in ontwikkeling. Op de vraag wat de plannen voor de directe toekomst zijn zegt René Faber: ‘Waar we nog aan werken is aan het bereiken van de profit-sector. In de non-profit sector en het vrijwilligerswerk is het relatief eenvoudig plekken te vinden, met name voor taalstages. In deze sector wordt het maatschappelijk belang van het bieden van een stageplaats meer gezien. In de profit-sector worden meer belemmeringen gezien. Bedrijven vragen zich toch af: Wat heb ík eraan? Door duidelijk te maken wat bedrijven te winnen hebben bij het hebben van stagiaires, met name taalstagiaires, hopen we toch meer bedrijven over de streep te trekken. Iemand die in land van herkomst al een opleiding heeft gedaan of gewerkt heeft, heeft al heel wat kennis van en ervaring met werk.

Daarnaast willen we door brancheorganisaties en ondernemersverenigingen te benaderen meer stageplekken zien te realiseren. Er wordt van ons een professionele houding gevraagd. Wij doen er alles aan om dat te bieden. Via workshops en interne coaching werken wij aan het ontwikkelen van een professionele organisatie. Zeker met het nieuwe leren en de inburgeringwet is het ontzettend belangrijk dat we veel en goede stageplekken hebben. ‘

Petra Popma, ITTA juni 2006

1. Bereidheid van werkgevers tot het bieden van stageplaatsen. Annemarie Uhlenbeck, ITTA, 2004.